Winter in de bijenakst

Wat gebeurt er in de winter in de bijenkast?

Naarmate het in het najaar kouder wordt, gaan de bijen in winterrust. Eens de buitentemperatuur langdurig onder de 8°C zakt, kruipen de bijen in de bijenkast dichter tegen elkaar om mekaar warm te houden. Vanaf de eerste nachtvorst vormen de bijen een wintertros. Zo een tros kan je vergelijken met een bal. De koningin zit in de kern van de bal waar de temperatuur ongeveer 20°C is. De werksters houden de bal warm door te trillen met hun vleugelspieren. De buitenste laag bijen worden regelmatig afgelost, zodat ze allemaal van de warmte in de tros kunnen profiteren.

Om de tros warm te houden, hebben de bijen energie nodig. Die halen ze uit de honing die bewaard bleef in de ramen. In de periode van vorst stopt de koningin met het leggen van eitjes. De bijen zijn dan ongeveer 22 dagen broedloos.

Echte koude dagen zijn geen bedreiging voor een bijenvolk. In normale omstandigheden kunnen bijen zich warm houden. Maar in deze periode zijn er wel andere uitdagingen voor het bijenvolk.

 

Uitdagingen voor de bijen:

 

Uitdaging 1: de varroamijt

Varroamijten zijn parasieten die zich voeden met bijenbloed. Daarenboven brengen ze virussen over tussen bijenvolkeren. Een varroamijt-vrouwtje verstopt zich in de broedcel en verblijft in het larvenvoedsel op de celbodem. Nadat de cel is verzegeld met bijenwas, komt de varroamijt tevoorschijn en prikt in de bijenlarve om zich te voeden met het bijenbloed. De larve zal verzwakken en heeft geen normale ontwikkeling. Een grote mijtbesmetting zal het bijenvolk sterk verzwakken. Een goede behandeling tegen de varroamijt is een must om de bijen een gezonde start van het nieuwe jaar te geven.

 

Uitdaging 2: Zachte winters

Bij hevige koude gaan de bijen in volledige winterrust. De koningin legt op dat moment geen eitjes. De energie van de werksters gaat naar het warm houden van de tros, er zijn geen eitjes of larven waarvoor gewerkt moet worden. Deze winterrust, zoals de naam zelf zegt, laat de bijen rusten of terug op kracht komen, zodat ze in het voorjaar klaar zijn voor een nieuwe generatie. Bij zachte winters duurt die winterrust niet lang. De temperatuur is voldoende hoog om eitjes te leggen. De werksters moeten terug aan de slag: nectar zoeken, de ramen maken en vullen met honing… Het gebrek aan de winterrust put de bijen uit. Ze beginnen zwakker en dus ook kwetsbaarder aan een nieuw seizoen.

 

Uitdaging 3: Muizen

Indringers van buitenaf komen in de winter profiteren van de warmte en luxe in de bijenkast. Muizen brengen nestmateriaal in de kast en maken hun nest op de bodem of tussen de ramen, wat de ramen beschadigt. Daarnaast eten de muizen de honing en ook de bijen op. Een spitsmuis kan tot 500 bijen per dag eten. Als je weet dat een wintertros ongeveer 12.000 bijen telt, kan het volkje na 40 dagen volledig uitgestorven zijn. De schade die muizen aanrichten kan aanzienlijk zijn.
In de zomer, of tijdens de maanden dat de bijen actief zijn, hebben muizen geen kans. De indringer zal aangevallen worden. Bijen weren zich goed en houden de bacteriën buiten met de propolis. De indringer vormt dus vooral in de winter een gevaar.

 

Uitdaging 4: De groene specht

In de zoektocht naar eten is de bijenkast een echte snoepkast voor de specht. De vogel kan een gat maken door het hout of de styropor om zo tot de bijen te komen. Enerzijds is er de bedreiging om opgegeten te worden. Maar daarnaast veroorzaakt het geklop op de kast stress bij de bijen. Door de verstoring van de rust komen de bijen van de tros af en vliegen al dan niet naar buiten. Ze zijn niet opgewassen om alleen de koude te trotseren en zullen verkleumen en sterven.

 

De imker heeft in de winter geen intensief werk. Enkel een controleronde helpt de bijen: is de kast nog intact, hebben de bijen voldoende luchttoevoer, zijn er geen verstoringen door andere dieren. Met andere woorden: de imker geeft de bijen in de winter vooral rust.

Groene specht aan de bijenkast